maandag 13 februari 2012

Bijeenkomst 5

Donderdag 5 april

Vandaag zijn we vooral bezig geweest met handelingsplannen. Allereerst hebben we gekeken naar de vorm van een handelingsplan. Veel studenten hadden de formats van hun stage meegenomen. Eigenlijk kwam het allemaal op het volgende neer:

- Persoonlijke gegevens + vakgebied
- beginsituatie
- doelstelling
- bevorderende + belemmerende factoren
- onderzoeksgegevens
- methodiek --> stappenplan/aanpak + organisatie + materialen
- ouders (handtekening)
- evaluatie

Vervolgens kregen we per groepje een casus waarmee we een handelingsplan moesten gaan opstellen. Dit was best leerzaam omdat je leert goed te kijken naar de plannen die je maakt. Op het laatst gingen we elkaars plannen bekijken en feedback geven. Dit was best interessant, maar werd op een gegeven moment te veel van hetzelfde. Maar toch wel leerzaam. Ik heb geleerd om verder te kijken en dieper na te denken over een probleem.

Hierdoor kan ik aan de slag met mijn handelingsplan.

Bijeenkomst 4 - Gastcolleges Leo Kanner en Jeugdzorg

Donderdag 29  maart heb ik de workshops Leo Kanner en Jeugdzorg gevolgd.

Leo Kanner is een basisschool voor autisme in Oegstgeest. op deze school zitten alleen kinderen die gediagnositeerd zijn met een vorm van autisme. Alles staat in het teken van structuur en duidelijkheid.

We kregen d emeest en duidelijkst voorkomende kenmerken te zien van autistische kinderen:
- geen beeldend vermogen (spreekwoorden begrijpen ze niet, nemen ze letterlijk)
- hyperfocus (weten heel veel over 1 ding)
- gedrag van een drie-jarig kind.
- moeilijk contact maken
- reageert op veranderingen.
- enzovoort.

verder vertelde de gastspreekster ove rhaar ervaringen op deze school. Dit waren vrij pittige zo nu en dan. De leerkrachten hebben een pieper nodig omdat het kan zijn dat een kind zeer agressief wordt naar de leerkracht toe.
De kinderen hebben een leeftijd van bijvoorbeeld 10 jaar, maar hebben het gedrag van een kind van 3 jaar. ze gooien met stoel of tafel als het zijn zin niet krijgt en dergelijke. de kinderen kunnen door hun huperfocus de leekracht overtreffen en de bijna de leerkracht zelf zijn. als leerkracht moet je hier wel aandacht en ruimte aan kunnen geven, maar je moet als leekracht ook de balans zien te vinden dat jij wel de leerkracht bent en blijft.

Mij lijk thet ontzettend interessant om op deze school te werken. Geen dag is hetzelfde.

Van de workshop heb ik veel geleerd over autisme. Wat zijn de belangrijkste kenmerken die je op kunnen vallen aan een kind in je klas. En hoe ga je daar mee om?

De workshop Jeugdzorg viel in het begin heel erg tegen. De 1e gastspreekster vond ik heel chaotisch en onduidelijk. ze was heel erg vol van zichzelf en van haar werk. van wat ze vertelde snapte ik niet veel.
De 2e gastspreekster die sprak over kindermishandeling was heel rustig en duidelijk. Bij haar kon ik mij concentreren. We mochten met elkaar in gesprek over wat kindermishandeling is en wat het precies inhoudt. Wij kregen onderwijssymptomen te zien waar wij als leerkracht op moeten letten om kindermishandeling op te merken. daarbij denken we aan tegenvallende cijfers, teruggetrokken zijn, onverzorgd op school komen, enz. Naast de kenmerken om het op te merken hebben we ook de verschillende soorten kindermishandeling geleerd. Psychische mishandeling en verwaarlozing, fysieke mishandeling en verwaarlozing, getuige van huiselijk geweld en ouder die een kind een ziekte aanpraat die het kind niet heeft om aandacht te krijgen.

Van deze workshop heb ik geleerd om te letten op de kenmerken als ik vermoed dat een kind thuis mishandelt wordt en waar ik naar toe kan met deze informatie.

Het was vandaag inhoudelijk heel leerzaam en interessant. Ik ga hier zeker wat aan hebben, is het niet nu in mijn stage op dit moment, dan wel in mijn klassen in de komende jaren. Zou dit soort lessen en informatie meer willen zien op de pabo. Dit mis ik op dit moment.

Bijeenkomst 3

vrijdag 30 maart 2012

vandaag begonnen we met waar we de vorige les niet aan toe kwamen. We bekeken het gedrag van kinderen als ze de orde verstoren en voegde daar een zogenoemde positie aan.
We hebben de volgende posities geleerd:
- aandacht vragen
- falen vermijden
- boos zijn
- controle willen
- energiek zijn
- verveeld zijn
- onwetend zijn

In mijn klas zit een jongetje die bijna alles herhaald wat ik zeg, probeert grappig te zijn, draait zich constant om naar de rest van de klas of ze wel om hem lachen. Dit stoort mij in mijn les geven. Ik denk dat hij in de positie 'energiek zijn' zit. Maar dit jongetje wordt en/of is al onderzocht voor verschillende gedragsproblemen en als ik het mij goed herinner (in  mijn klas zijn er meerdere gedragsproblemen) is hij al gediagnosticeerd met ADHD. Dus de positie 'energiek zijn' zal bij hem wel van toepassing zijn. Ik ga in het vervolg dit jongetje wat meer beweging bieden. Een energizer tussen de lessen door en taken geven als dingen voor mij pakken en aangeven enzovoort.

vervolgens gingen we kijken naar taakgericht gedrag:
observeren
interpreteren
attribueren
    - aandacht vragen
    - falen vermijden
    - boos zijn
    - controle willen
    - energiek zijn
    - verveeld zijn
    - onwetend zijn

Hoe ga je daar mee om? Hoe geef je les? Directief of responsief? En is het een variabel of stabiel? Geeft de kind de reden intern of extern? Legt het dus de reden van zijn gedrag bij zichzelf of bij een anders persoon of ding?

we kregen een casus die we moesten observeren, interpreteren en attribueren. We moesten gaan kijken naar de zorgvraag van de lln en wat de leerkracht kan doen om de lln te helpen. Dit kan ik toepassen in mijn stage doordat er een toepassingskaart(en) is (zijn) waarbij hierom gevraagd wordt.

Bijeenkomst 2

Vandaag hebben we het gehad over repertory grid, leraargedrag en hyperactiviteit. Bij de eerste zijn we gaan kijken naar hoe jij als leerkracht kijkt naar leerlingen in je stageklas. Door de tweede krijg je als leerkracht inzicht in hoe jij bent als leerkracht. En dan vooral gericht op hoe jij de verschillen tussen kinderen ziet en verwoord. Dit hoort bij diversiteit, omdat je hierdoor op meerdere dingen kan gaan letten. De kinderen verschillen in leerstijl en in leervermogen. Je krijgt zicht op hoe je op kinderen over komt. Kinderen kunnen er baat bij hebben hoe jij als leerkracht voor de klas staat, het ene kind heeft er baat bij en het andere kind weer niet. Hoe moet jij je opstellen tegenover elk individueel kind zodat het zich veilig voelt bij jou als leerkracht en zodat het optimaal leert.
We kregen naast het beeld op je eigen leraargedrag ook een filmpje te zien over een hyperactief jongetje. Dit jongetje was heel erg met zijn handen bezig en leek niet goed op te letten. Maar het jongetje deed wel degelijk mee, maar de kleine gebaren vallen minder op dan de grote. Als leerkracht zie je vaak alleen de grote gebaren, waardoor de kleinere gebaren minder tot je door dringen.

Dit neem ik mee naar mijn stage en mijn vak als leerkracht in de toekomst. Je moet als leerkracht gaan kijken naar hoe je reageert op kinderen en hoe kinderen weer daarop reageren. Dan kan je zien of jouw interactie met het kind positief is of dat er wat mag veranderen om de interactie te verbeteren.

Bijeenkomst 1

woensdag 15 februari 2012

We zijn vandaag bezig geweest met het overzicht van wat we deze periode kunnen verwachten. We hebben ook veel begrippen gehoord en uitgelegd gekregen. op een gegeven moment duizelde het me van al die begrippen. Intern begeleider, groepsplan, leerlingbespreking, ambulant begeleider, passend onderwijs en ga zo maar door.

We hebben ook in groepjes gepraat over verschillende onderwerpen, waaronder de verschillen tussen leerlingen. Welke verschillen vallen gelijk op en welke verschillen kan je niet in een keer zien? Gedrag en cultuur is sterk te zien in de klas. Gister op mijn stage was het gedrag van veel kinderen goed te zien: snel afgeleid, afwezig, druk, rustig en stil. Maar je kijkt ook waar je nog aan wilt werken en wat je nog niet weet in de zorg van kinderen.

Op de toepassingskaart stonden een paar vragen die we moesten beantwoorden voordat we naar de bijeenkomst zouden gaan.

Wat weet je over het onderwerp?
Het onderwerp is diversiteit. De kinderen in de klas zijn niet allemaal hetzelde, ze hebben verschillende achtergronden, verschillende huidskleur en verschillende niveaus in vakken. Het ene kind is zwak in rekenen maar sterk in taal en het andere kinde is sterk in rekenen en zwak in taal. Dit kan zeer verschillen. Daarbij heb je naast vakindoudelijke verschillen, waarbij je gebruik kan maken van een handelingsplan/1-zorgroute, ook de gedragsverschillen. In elke stageklas die ik tot nu toe gehad heb, zijn er kinderen naar voren gekomen met gedragsproblemen als ADHD, autisme en vormen hiervan en kinderen die niks zeggen, een beetje schuw/verlegen overkomen. Je moet als leerkracht met de diversiteit tussen leerlingen rekening houden. Je krijgt ermee te maken in je lessen.

Wat verwacht je van dit thema?
Ik verwacht dat ik in dit thema goed leer hoe je nou het best een handelingsplan op kan stellen. Daarbij kan je dan tegemoetkomen aan diffrentiatie die nodig is om alle kinderen te helpen bij hun taken. Welke vormen van uitdaging kan ik bijvoorbeel de sterke rekenaar bieden en welke hulp kan ik bieden aan een zwakke rekenaar? Daarnaast verwacht ik ook andere praktische dingen te leren, bijvoorbeeld hoe je het plan uiteindelijk gaat organiseren in de klas. Pre-teaching? Verlengde instructie? Wat doe je met de kinderen die zelfstandig werken maar ergens niet uitkomen en een vraag hebben?

Wat verwacht je dat jouw inbreng zal zijn tijdens het project in zijn geheel en tijdens de stage?
De toepassingskaarten zijn zeer gericht op de stage. In mijn POP bij mijn studiebegeleider staat ook een leerdoel dat ik een goed handelingsplan wil gaan schrijven. Dit komt mooi uit in combinatie met dit thema. Hierdoor werk ik niet alleen goed mee met het project en op mijn stage, maar is het voor mijzelf ook heel waardevol om dit te oefenen nu ik nog 'veilig' fouten kan maken, zodat ik in de toekomst goede handelingsplannen kan maken voor mijn klassen. Hierom verwacht ik dat ik mijn best ga doen in de lessen, op stage en in de momenten eromheen, omdat het meerwaarde heeft voor de toekomst en voor mijn persoonlijke ontwikkeling.